Wat als… Roberto Martínez eerder bondscoach was geworden?

In onze Wat Als…-rubriek begint alles met één handtekening die nét wel of nét niet gezet wordt. Stel dat België in de zomer van 2016 niet bij Roberto Martínez uitkomt, maar hem al eerder binnenhaalde. Dan schuift het hele verhaal van de Rode Duivels een paar graden op—en die paar graden blijken genoeg voor een ander klimaat.
De zomer van 2016
De feiten zijn bekend en hard: na Euro 2016—met die pijnlijke kwartfinale tegen Wales—stapt Marc Wilmots op. België zit met een unieke generatie (Courtois, Kompany, Vertonghen, Alderweireld, Witsel, De Bruyne, Hazard, Lukaku) en wil eindelijk een bondscoach die méér brengt dan motivatie: structuur, pressingtriggers, een plan tegen laag blok én een plan tegen toptegenstanders. De bond kijkt breed: ervaring met topvoetbal, talenkennis, omgang met sterren, en vooral het vermogen om een idee te vertalen naar een korte interlandcyclus. In die context passeren grote namen; uiteindelijk kiest België in werkelijkheid voor Martínez.
Maar precies daar zit het kantelpunt dat écht anders had kunnen lopen: de timing. In deze alternatieve realiteit is de KBVB sneller, scherper en… zakelijker. Martinez was al succesvol in zijn periode vóór Everton. Bij Wigan werd hij de redder en in 2012 kwam Liverpool aankloppen om de Spanjaard binnen te halen. Martinez bleef bij Wigan en rondde een opvallend verhaal af. Degradatie uit de Premier League, maar wel winst in de FA Cup. In de finale werd Man City met het kleinste verschil verslagen. Uiteindelijk kreeg Martinez van het Wigan-bestuur zelf de keuze: blijven of vertrekken. In onze nieuwe realiteit kiest Martinez voor een vertrek en wordt hij al aangesteld bij de Rode Duivels. De bond kiest dan aldus niét voor Wilmots.

Een ander Duivels-plan
Met Martínez vroeger en “meer van hem” aan boord verandert vooral de eerste fase: het fundament van de ploeg. Hij blijft bij zijn voorkeur voor een driemansdefensie, maar de invulling wordt pragmatischer dan we ons herinneren: minder automatische balcirculatie om het balbezit, meer verticale patronen om De Bruyne en Hazard sneller tussen de lijnen te krijgen. Omdat hij bij zijn start meteen volledige rugdekking krijgt—incluis duidelijke hiërarchie in de staff—durft hij vroeger knopen door te hakken: geen eindeloze zoektocht naar ‘de’ rechtsback, maar een vast profiel (hoog, agressief, veel herhalingen) en een duidelijke rolverdeling met de rechter centrale verdediger. Tegelijk wordt de pressing hoger georganiseerd: geen vrijblijvende 5-4-1 zonder bal, maar een 3-4-2-1 dat in fases doorschuift naar 3-2-5 in balbezit. Dat levert vroeg een neveneffect op: België wint nog altijd veel, maar speelt minder “veilig mooi” en meer “controle via tempo”.
De concrete gevolgen komen pas echt bovendrijven op grote toernooien. Op het WK 2014 wordt de wedstrijd tegen Argentinië tactisch strakker aangepakt. Het doelpunt van Gonzalo Higuain valt nooit en na strafschoppen weet België door te stoten. In de halve finale wacht grote rivaal Nederland en het wordt een veldslag met gele kaarten bij de vleet. In de verlengingen krijgt Nigel De Jong een rode kaart en Romelu Lukaku scoort de winning goal. De finale tegen Duitsland gaat echter verloren. De Rode Duivels zijn moegestreden en de Duitsers spelen het slim uit. Op EURO 2016 verliest België ook niet tegen Wales, maar de Rode Duivel zetten de Welshmen zakelijk opzij. In de halve finale is Portugal een maatje te groot. Martinez vervloekt Cristiano Ronaldo.

Euro 2020 (gespeeld in 2021 door corona) wordt in deze alternatieve realiteit minder een emotionele sprint met een dunne kern, en meer het eindproduct van een strakker beheerde cyclus: Martínez roteert al in de kwalificaties meer, waardoor de tweede lijn meer internationale minuten heeft. De kern is niet plots jonger, wél breder inzetbaar: de automatismen zitten niet alleen bij de ‘heilige elf’. Tegen toptegenstanders verschuift het accent: België zakt niet reflexmatig in een lage zone, maar wisselt blokhoogte op afgesproken momenten—waardoor de ploeg minder vaak in een “alles-of-niets”-slot terechtkomt. België neemt in de 1/8e finale revanche op Portugal en ook Italië gaat voor de bijl. Het momentum wordt doorgezet tegen Spanje (2-1 winst) en in de finale krijgt Engeland een pak voor de broek: 3-0 – ‘It’s not coming home’
Economisch vertaalt dat zich in iets dat je in België zelden hardop zegt: stabiliteit verkoopt. Sponsors en tv-partners krijgen niet enkel een sterrencast, maar een herkenbaar spelidee. En cultureel groeit er een generatie trainers in België die interlandvoetbal minder als ‘manmanagement’ en meer als ‘microtactiek’ begint te zien: restverdediging, setpiece-plannen, rol-specifieke coaching. De discussie in 1A verschuift mee: minder “talent moet zichzelf redden”, meer “talent moet in een systeem versnellen”.
Onze Scout & Spion keren met een duidelijk oordeel terug uit deze alternatieve realiteit: het gaat niet om een magische trainer die plots een trofee uit een hoed tovert, maar om het effect van timing en mandaat. Als België Martínez in 2016 sneller en met strakkere bevoegdheden vastlegt, wordt het project minder grillig, de kern breder en het spelplan consistenter—en precies dat kan in interlandvoetbal het verschil zijn tussen “bijna” en “net genoeg”.
Denk je dat een snellere aanstelling van Martínez in 2016 België sportief verder had gebracht?
Volg VoetbalFocus op social media❗
Extra specials, visuals en unieke content.
Deze special en bijbehorende afbeelding werden gegenereerd met behulp van AI. Onze Scout & Spion zijn de data-experts van VoetbalFocus. Hun artikels combineren correcte feiten met doordachte analyses en scherpe interpretaties.






