Rode Duivels moeten nu al verder kijken dan De Bruyne en Lukaku

De Rode Duivels zijn onder Mark van Bommel met zes op twaalf begonnen, maar de zware nederlaag tegen Frankrijk legde ook een vraagstuk voor de komende jaren bloot. België kan vandaag nog rekenen op Kevin De Bruyne, Hans Vanaken en Romelu Lukaku, alleen op de tien en in de punt is de opvolging richting EK 2028 minder vanzelfsprekend.

De creativiteit achter De Bruyne en Vanaken

De Bruyne maakte in de voorbije interlandperiode indruk, met zijn prestatie tegen Turkije als hoogtepunt. Vanaken speelde degelijk, al had hij het tegen Frankrijk moeilijker. Op dit moment vormen zij de twee voornaamste creatieve opties van België, maar hun leeftijd maakt de discussie over een volgende generatie onvermijdelijk.

De Bruyne is 35 en Vanaken 34. Tegen het EK van 2028 zijn zij respectievelijk 37 en bijna 36. Dat betekent niet dat ze dan geen rol meer kunnen spelen, wel dat Van Bommel er niet verstandig aan doet om pas dan naar alternatieven te zoeken. Op die leeftijd wordt het niveau van jaar tot jaar bekeken.

Charles De Ketelaere is een naam die op die positie getest kan worden. Hij is balvast, technisch sterk, heeft loopvermogen en een goede passing. Met zijn 25 jaar heeft hij bovendien nog tijd om in een meer centrale rol te groeien. De Ketelaere kan meevoetballen en het spel richting doel versnellen, eigenschappen die op termijn belangrijk kunnen worden wanneer De Bruyne en Vanaken minder beschikbaar zijn.

België mist ook het profiel van Konstantinos Karetsas, die voor Griekenland koos. Bij de jongere lichting worden Mika Godts, Noah Fernandez van PSV en Noa Ojea van RSC Anderlecht genoemd als spelers met creatieve kwaliteiten. Godts lijkt voorlopig vooral een creatieve buitenspeler, terwijl Fernandez en Ojea regelmatig vanop de flank komen. Zij zijn nog niet klaar voor een vaste plaats bij de nationale ploeg.

Op de zes en de acht is de spoeling volgens deze analyse veel ruimer. Daar beschikt België de komende jaren over meerdere talentvolle profielen. De grootste onzekerheid ligt dus hoger op het veld: wie neemt op termijn het creatieve initiatief over? Bij Club Brugge, Anderlecht en KRC Genk lopen jonge talenten rond, maar voor EK 2028 lijken zij nog geen onmiddellijke oplossing.

LEES OOK  Ex-analist van Sporza en Play Dennis van Wijk keert tv de rug toe

Ook achter Lukaku is de keuze beperkt

Dezelfde vraag duikt op in de spits. Lukaku liet tegen Turkije zien dat hij als invaller nog altijd beslissend kan zijn en was tegen Frankrijk een sterk aanspeelpunt. Zijn waarde voor de huidige ploeg blijft groot, maar juist daardoor valt op hoe beperkt de alternatieven voorlopig zijn.

De Ketelaere kan die rol invullen wanneer dat nodig is, alleen is hij geen pure spits. Hij beweegt goed mee in het spel, maar mist volgens de analyse de typische feeling van een centrumaanvaller. Loïs Openda heeft bij de nationale ploeg nog niet kunnen overtuigen, terwijl Matias Fernandez-Pardo nog stappen moet zetten.

Verder wordt gekeken naar Lucas Stassin, die bij Sevilla kan doorgroeien, en naar Kaye Furo. Die laatste verliet Club Brugge vroeg en moet zich nu bij Brentford verder ontwikkelen. Geen van beiden vormt vandaag al een rechtstreeks antwoord op de afhankelijkheid van Lukaku.

Van Bommel heeft dus op korte termijn ervaring en kwaliteit tot zijn beschikking. De opdracht voor de bondscoach is tegelijk duidelijk: de komende twee jaar moeten ook jongere profielen kansen krijgen op de tien en in de spits. Anders wordt de overgang na De Bruyne, Vanaken en Lukaku bijzonder abrupt.

Moet België snel meer alternatieven testen op de tien en in de spits?

Ja 0%
Nee 0%

0 stemmen


Volg VoetbalFocus overal❗

Extra specials, visuals en unieke content.

Dit artikel en bijbehorende afbeelding werden gegenereerd met behulp van AI. VoetbalFocus hanteert een redactioneel systeem op basis van informatie uit betrouwbare bronnen.

Abonneer
Laat het weten als er
guest

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd