‘Vertrek van De Cat legt een oude Anderlecht-wonde weer open’

Bij Anderlecht doet het vertrek van Nathan De Cat meer dan alleen een groot bedrag opbrengen. Het raakt aan een gevoel dat al langer leeft in en rond het Lotto Park: de club vormt fenomenen, maar kan er sportief steeds minder lang van genieten.
Een talentenfabriek met een wrange bijsmaak
Nathan De Cat heeft RSC Anderlecht na amper één seizoen in het eerste elftal verlaten. De Brusselaars probeerden hem nog een jaar langer aan boord te houden, maar de middenvelder had zijn zinnen gezet op een vertrek. Bij Hoffenheim wil hij de volgende stap in zijn ontwikkeling zetten.
Financieel is het opnieuw een stevig dossier voor paars-wit. De Cat levert minstens 24 miljoen euro op en dat bedrag kan nog stijgen als Hoffenheim hem later met winst doorverkoopt. Voor een club die de voorbije jaren geregeld op uitgaande talenten rekende, is dat indrukwekkend.
Toch blijft er sportief iets schuren. Anderlecht heeft een jeugdopleiding van wereldniveau en bracht al heel wat eigen talenten groot. Maar precies daar zit de pijn: de club ziet haar grootste parels vaak vertrekken net op het moment dat ze in Brussel écht zouden kunnen beginnen wegen.
Waarom de nieuwe generatie sneller vertrekt
In een ander tijdperk bleven spelers als Vincent Kompany, Romelu Lukaku en Youri Tielemans minstens twee seizoenen in het eerste elftal. Daardoor konden supporters zich aan hen hechten en kon Anderlecht ook sportief profiteren van hun doorbraak. Die vanzelfsprekendheid is verdwenen.
Jérémy Doku, Julien Duranville en nu Nathan De Cat vertrokken de voorbije jaren vroeg. Alleen Zeno Debast bleef wat langer in Brussel. Het verschil zegt veel over de veranderde markt, maar ook over de positie waarin Anderlecht zichzelf de voorbije jaren heeft gebracht.
Het vroegere wanbeleid weegt daarin mee. Doku werd verkocht omdat het financieel nodig was en trok naar Stade Rennes. Uiteindelijk bracht hij Anderlecht in totaal 34 miljoen euro op, meteen de duurste uitgaande transfer ooit van de Brusselaars.
Ook Duranville vulde de kassa, met ongeveer 12 miljoen euro na zijn overstap naar Borussia Dortmund. Samen met de voorlopige 24 miljoen euro voor De Cat kom je aan zo’n 70 miljoen euro voor drie spelers. Op de balans oogt dat geweldig, op het veld bleef het gevoel veel magerder.
Stabiliteit wordt het echte transferdoel
De kern van het probleem blijft de voorbije instabiliteit. Anderlecht was jarenlang een club zonder voldoende rust, zonder helder plan en zonder duidelijke sportieve lijn. Voor uitzonderlijke talenten maakt dat een tussenstap naar clubs als Hoffenheim of Rennes begrijpelijker.
Daarom moet de komende periode niet alleen gaan over bedragen, bonussen en doorverkooppercentages. De grotere opdracht ligt in het herstellen van geloofwaardigheid. Anderlecht moet opnieuw een omgeving worden waarin een toptalent voelt dat blijven ook sportief de beste keuze kan zijn.
Het huidige bestuur lijkt dat te beseffen. De terugkeer van Jean Kindermans past in die zoektocht naar een duidelijkere identiteit en meer continuïteit. Voor paars-wit wordt de lat helder: de volgende De Cat, Doku of Duranville moet niet alleen geld opleveren, maar ook minstens twee jaar het eerste elftal kleur geven.
Denk jij dat Anderlecht zijn volgende toptalent langer houdt?
7 stemmen
Volg VoetbalFocus overal❗
Extra specials, visuals en unieke content.
Dit artikel en bijbehorende afbeelding werden gegenereerd met behulp van AI. VoetbalFocus hanteert een redactioneel systeem op basis van informatie uit betrouwbare bronnen.
Abonneer
Inloggen
0 Reacties
Oudste






