Bormans zet jeugdstrijd op scherp: Union wil dezelfde kansen als de top

Union SG heeft zich sportief tussen de grote namen van België geschoven, maar achter de schermen voelt de Brusselse club nog elke dag hoe moeilijk die inhaalrace is. Philippe Bormans richt zijn blik vooral op de jeugdwerking, waar volgens hem het speelveld lange tijd allesbehalve gelijk lag.
Sportieve status, maar nog geen gelijke wapens
Union SG werd vorig seizoen landskampioen en pakte afgelopen seizoen de beker, terwijl het in de competitie tweede eindigde achter Club Brugge. Op basis van die resultaten mag de club zich zonder schroom bij de Belgische top rekenen.
Toch wringt er iets. De discussie rond de U23-ploegen in de Challenger Pro League legde volgens Union bloot dat niet elke ambitieuze club dezelfde startpositie krijgt. Slechts vier topclubs zagen hun jeugdploegen verankerd worden op dat niveau, al werd die regel uiteindelijk illegaal verklaard en teruggedraaid.
Bormans is niet ongelukkig met die ommezwaai. In Het Laatste Nieuws maakte hij duidelijk dat Union zich door de eerdere regeling benadeeld voelde: “Wij zijn er niet rouwig om. We staan nog niet zo ver met onze jeugdopleiding, maar de quota hebben het ons niet gemakkelijker gemaakt. De U23 in 1B hadden een onwaarschijnlijk concurrentieel voordeel. Die vier topclubs konden die jonge gasten direct gegarandeerd profvoetbal in 1B beloven. Daar konden wij nooit tegenop.”
Waarom talent opleiden zo’n harde strijd blijft
Voor Union gaat het niet alleen om een reglement dat is geschrapt. Het raakt aan een bredere vraag: hoe kan een club met groeiambitie haar jeugdwerking uitbouwen als de traditionele top sneller en sterker kan toeslaan bij jonge talenten?
Bormans benadrukt dat Union zelf stevig investeert. “We willen gewoon een eerlijke kans om te kunnen groeien. Bij Union investeren we momenteel 2 miljoen euro per jaar aan onze jeugdwerking. Maar als je als iets kleinere club of subtopper een goede 15-jarige speler hebt rondlopen, dan wordt die onmiddellijk weggekaapt door de traditionele topclubs.”
Daarmee legt hij de vinger op een gevoelig mechanisme in het Belgische voetbal. Clubs buiten de klassieke machtsblokken moeten investeren, opleiden en ontwikkelen, maar zien hun beste jongeren vaak vertrekken nog voor die investering sportief kan renderen.
De vergoeding die volgens Union niet mee groeit
Ook de financiële compensatie blijft volgens Bormans een groot probleem. De opleidende club krijgt in zulke gevallen een vergoeding, maar die staat volgens hem niet in verhouding tot wat er jaarlijks in jeugdvoetbal wordt gestoken.
“En wat krijgen wij dan als opleidende club? Een symbolische opleidingsvergoeding van 12.000 euro per jaar. Sorry, maar dat weegt in de verste verte niet op tegen de reële investeringen. Ik snap perfect dat clubs op den duur niet meer willen meedoen aan het opleiden van eigen jeugd.”
Union wil dus niet alleen erkend worden om wat het eerste elftal presteert. De club vraagt vooral ruimte om op langere termijn te bouwen. Net daar zal blijken of de Brusselaars niet enkel sportief, maar ook structureel echt naast de traditionele top kunnen gaan staan.
Heeft Bormans hier een punt?
2 stemmen
Volg VoetbalFocus overal❗
Extra specials, visuals en unieke content.
Dit artikel en bijbehorende afbeelding werden gegenereerd met behulp van AI. VoetbalFocus hanteert een redactioneel systeem op basis van informatie uit betrouwbare bronnen.
Abonneer
Inloggen
0 Reacties
Oudste






