Verkoopmodel als grote motor achter groei van Club Brugge en Union

De Jupiler Pro League is steeds nadrukkelijker een opleidingscompetitie, maar dat hoeft de sportieve slagkracht niet te ondermijnen. Volgens sporteconoom Wim Lagae heeft het verkoopmodel Belgische clubs net sterker gemaakt: de inkomsten uit uitgaande transfers maken ruimte voor betere scouting, opleiding en vervangers. Club Brugge en Union zijn voor hem duidelijke voorbeelden van die evolutie.
Verkopen creëert ruimte voor nieuwe kwaliteit
Belgische profclubs leiden jonge spelers op of halen hen vroeg en relatief goedkoop binnen, met de bedoeling hen later met winst te verkopen. Op het eerste gezicht lijkt die aanpak moeilijk te verzoenen met blijvend sportief succes, maar het Belgische voetbal staat in Europa wel sterker dan een kwarteeuw geleden.
De Europese prestaties van Belgische clubs deden de voorbije jaren zelfs dromen van een tweede rechtstreeks ticket voor de Champions League. Rond de eeuwwisseling was dat nog ondenkbaar. Lagae ziet daarin geen toeval: clubs zijn beter geworden in het opvangen van een vertrek.
In Het Nieuwsblad wijst de sporteconoom erop dat ploegen niet alleen talent ontwikkelen, maar ook steeds meer vooruitdenken over de opvolging. “Je ziet ook dat ze op elke plaats al een doublure hebben. Union verkocht Teuma en de man die voor hem op de bank zat, Puertas, werd daarna Profvoetballer van het Jaar”, stelt Lagae.
Dat voorbeeld illustreert zijn redenering: een belangrijke verkoop hoeft geen sportieve terugval te betekenen wanneer de vervanger al klaarstaat. Bij Union kreeg Puertas na het vertrek van Teuma de kans om door te breken.
Club Brugge en Union als voorbeelden van anticipatie
Lagae ziet hetzelfde principe bij Club Brugge. “Bij Club Brugge was De Cuyper ook een uitblinker, maar zijn verkoop heeft zuurstof gegeven aan Seys”, zegt hij. De verkoop van een gevestigde waarde kan dus tegelijk financiële middelen opleveren én een nieuwe speler sneller naar voren schuiven.
Zo ontstaat volgens Lagae een opwaartse beweging. Clubs verkopen hun beste spelers, halen of vormen vervolgens nieuwe kwaliteit en presteren daardoor beter. Sterkere prestaties maken hen aantrekkelijker voor talent én verhogen opnieuw de waarde van spelers die later vertrekken.
De transfermarkt toont hoe ver die dynamiek kan reiken. Zelfs spelers met weinig wedstrijden op de teller vertrekken tegenwoordig voor grote bedragen. Genk incasseerde deze zomer bijvoorbeeld 33 miljoen euro voor Lucca Brughmans.
Lagae begrijpt dat een club er ook voor kan kiezen een talent langer te houden in de hoop kampioen te spelen en de Champions League te bereiken. Die sportieve opbrengst blijft volgens hem evenwel onzeker. “Het probleem is: die resultaten zijn onzeker”, zegt hij. “En die jongen kan jammer genoeg ook zomaar zijn kruisband scheuren. Een club kiest dan snel voor het ‘zekere’ geld.”
Daarmee vat Lagae de moeilijke evenwichtsoefening in de Jupiler Pro League samen. De verkoop van een uitblinker betekent niet automatisch verzwakking, zolang een club tijdig heeft geïnvesteerd in de volgende speler die kan opstaan.
Maakt het verkoopmodel Belgische clubs op termijn sportief sterker?
1 stemmen
Volg VoetbalFocus overal❗
Extra specials, visuals en unieke content.
Dit artikel en bijbehorende afbeelding werden gegenereerd met behulp van AI. VoetbalFocus hanteert een redactioneel systeem op basis van informatie uit betrouwbare bronnen.
Abonneer
Inloggen
0 Reacties
Oudste






