Genk waakt over jeugdparels: waarom de lokroep minder hard snijdt

De Jos Vaessen Academy blijft een uithangbord van KRC Genk, alleen wordt het steeds lastiger om jonge toppers uit de handen van grotere clubs te houden. Algemeen directeur Roland Breugelmans schetst hoe Genk die strijd voert: met strengere instroom, meer omkadering en een duidelijk pad naar de eerste ploeg.
De lat ligt hoger
Voor Nieuwjaar toonde KRC Genk nog eens waar het voor staat: tegen Club Brugge begonnen Matte Smets, Bryan Heynen en Konstantinos Karetsas in de basis, allemaal opgeleid in eigen huis. Met Robin Mirisola en Jarne Steuckers als invallers, Lucca Brughmans als derde keeper in de selectie en Josué Kongolo op de bank kwam Genk aan zeven ‘eigen’ namen rond de A-kern.
Volgens Het Laatste Nieuws kadert dat in een academie die tegelijk professionaliseert en selectiever wordt. Breugelmans wijst erop dat vrije aansluitingen, zoals begin jaren 2000, verleden tijd zijn. De instapdrempel ligt hoog, met een vaste kern van ongeveer 80% in de academy en jaarlijks 20% instroom via scouting.
Die strengere selectie vraagt ook meer ondersteuning. Breugelmans spreekt over dertig fulltime medewerkers, tegenover één voltijdse kracht vroeger. Vanaf de U9 is er een brede omkadering en voor jongeren in het middelbaar is er overdag trainen, dankzij samenwerking met school. “Anno 2025 moet een voetballer veel atletischer zijn”, zegt hij. “Je kijkt voortdurend: wat moeten we aanpakken voor de toekomst?”
Lokroep en doorstroming
De grote Europese namen blijven tegelijk op de achtergrond meespelen. Genk verloor vorig jaar Wout Gielen aan Juventus, en PSV komt volgens Breugelmans af en toe “rondneuzen”. Toch vindt hij dat het bij Genk “best goed meevalt” met buitenlandse clubs die jongeren wegplukken. Hij ziet ook hoe moeilijk doorbreken elders kan zijn, met spelers die later terugkeren naar België op een lager niveau.
Genk probeert daarom het traject helder te houden: school afmaken, doorbreken via Jong Genk en dan pas de volgende stap. Breugelmans merkt wel dat spelers bij Jong Genk soms sneller vertrekken wanneer de sprong naar de eerste ploeg niet meteen zichtbaar is. Hij pleit voor een iets ouder “geraamte” in 1B, omdat de impact van de Challenger Pro League groot is en de doorstroming via beloftenploegen intussen zijn waarde heeft bewezen.
Geduld blijft een sleutelwoord. Breugelmans verwijst naar Leandro Trossard, die pas op zijn 22ste doorbrak bij Genk na uitleenbeurten, en naar Heynen als iemand die het ‘Genkie-gevoel’ uitstraalt. Tegelijk erkent hij dat topjongens die onder de 20 schitteren zelden lang blijven als er een monsterbod komt, en hij hoopt dat Karetsas ooit de duurste uitgaande transfer van de club kan worden. In dat spanningsveld zoekt Genk naar een evenwicht: enkele pijlers die blijven, en anderen die op het juiste moment de stap zetten.
Vind jij dat jonge talenten beter langer in België blijven?
0 stemmen
Volg VoetbalFocus op social media❗
Extra specials, visuals en unieke content.
Dit artikel en bijbehorende afbeelding werden gegenereerd met behulp van AI. VoetbalFocus hanteert een redactioneel systeem op basis van informatie uit betrouwbare bronnen.
Abonneer
Inloggen
0 Reacties
Oudste






